Verbinden met de omgeving

De buitenwereld komt steeds meer de scholen binnen, terwijl leerlingen ook steeds vaker buiten het klaslokaal leren. Demografische en bestuurlijke ontwikkelingen brengen met zich mee dat er steeds meer lokaal wordt samengewerkt op het gebied van onderwijs, jeugd en zorg. Als schoolleider sta je hier middenin. Dit thema gaat over de relatie en interactie met alle andere stakeholders die van belang zijn voor de school, van ouders tot gemeenten.

  • (NIEUW) Regionale Verankering: Sturing geven aan een duurzame relatie met de regio
    (NRO - 29 april 2019) De transities naar een regionaal kenniscentrum (RKC) zijn te kenmerken als lokale chaotische processen, die moeilijk te plannen zijn. Hoe kun je hier als bestuur grip op krijgen? Hoe kun je iets structureren wat in essentie veelvormig is (de toekomst voor (v)mbo–studenten). En hoe daarmee om te gaan in de dagelijkse onderwijspraktijk? Dit onderzoek geeft hier handvatten voor.​ In het onderzoek is gewerkt met bestaande cases vanuit de deelnemende AOC's, waarin via actie-onderzoek een uitgebreide casusbeschrijving is gemaakt. Op de projectwebsite www.metderegio.nl/onderzoek is een tool te vinden voor taken en bekwaamheden. Hiermee kunnen onderwijsinstellingen samen met regionale partners de rollen verkennen en verder invullen. Daarnaast wordt er een format voor een analyse beschikbaar gesteld.
     
  • Ledenenquête krimp & regionale samenwerking
    (VO-Raad - 27 juni 2019) In maart is een ledenenquête uitgezet onder vo-besturen die de komende 10 jaar te maken krijgen met tenminste 10% krimp volgens de DUO-prognoses. Van de 192 benaderde bestuurders hebben er 101 de enquête volledig ingevuld. Ongeveer een derde van de bestuurders geeft aan dat er in het kader van leerlingendaling al een scholenfusie, sluiting van een school, afdeling of nevenvestiging of een overdracht van een school aan een ander bestuur heeft plaatsgevonden. En ongeveer een kwart van de respondenten geeft aan dat een dergelijke verandering aanstaande is. Ruim de helft van de respondenten stelt bereid te zijn onderwijsaanbod in te leveren als dit ten goede komt aan het onderwijsaanbod in de regio. Toch geven ook nog 4 op de 10 bestuurders aan, meer leerlingen aan te willen trekken door profilering in de regio.
     
  • Internationale mobiliteit voor professionele ontwikkeling
    (Kohnstamm Instituut - 28 mei 2019) Wat weten we van de opbrengsten van internationale mobiliteit voor de professionele ontwikkeling van onderwijsmedewerkers? Deze vraag stond centraal in dit literatuuronderzoek. Het onderzoek laat zien dat de ontwikkeling van interculturele competenties bij onderwijsmedewerkers het hoogst scoort, naast het opdoen van nieuwe professionele competenties (bijvoorbeeld in aanraking komen met nieuwe leermethodes en aanpakken). Er zijn relatief weinig betrouwbare gegevens beschikbaar die de impact op de langere termijn kunnen aantonen. Een van de adviezen is om vragenlijsten (o.a. de participant reports) beter op elkaar af te stemmen, en om kleinschalig kwalitatief onderzoek te doen in de vorm van meerjarige case study’s op instellingsniveau.
     
  • Ontwikkelagenda voor een versterkte kennisinfrastructuur voor het onderwijs
    (PO-Raad, VO-raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen, VSNU - 1 april 2019) Bij de vijf onderwijssectoren bestaat de intentie om zich gezamenlijk in te spannen voor het verbeteren van de kwaliteit en innovatiekracht van het onderwijs, door onderwijs en onderzoek nog beter met elkaar te verbinden en de kennisinfrastructuur van het onderwijs te versterken. Het doel is om toe te werken naar onderwijs waarin sprake is van een intensieve en structu­rele samenwerking tussen leraren, lerarenopleiders, onderwijsonderzoekers en onderzoekers uit andere relevante kennisgebieden. De bestaande initiatieven, zoals werkplaatsen onderwijsonderzoek en academische opleidingsscholen, bieden een fundament. De impact van deze initiatieven moet vergroot worden door ze met elkaar te verbinden, structureel te ondersteunen en de kennisdeling, kennisontsluiting en kennisontwikkeling over een langere periode systematisch aan te pakken. 
     
  • Onderzoekssamenwerking tussen PO-, VO- en MBO-scholen met instellingen voor hoger onderwijs
    (Universiteit Utrecht, NRO - 1 februari 2019) Voor de pilots Werkplaatsen Onderwijsonderzoek heeft de Universiteit Utrecht onderzocht wat er al bekend is over onderzoekssamenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en PO-, VO- en MBO-scholen. Op basis hiervan zijn praktijkvoorbeelden uitgewerkt en gemeenschappelijke kenmerken en vier succesfactoren benoemd. Een succesfactor die bijvoorbeeld bij meerdere praktijkvoorbeelden terugkomt, is dat de participanten in de bestaande werkplaatsen zowel een gemeenschappelijk doel hebben als een duidelijk doelt voor de eigen school. Zo kunnen scholen in het voortgezet onderwijs werken aan professionalisering en kwaliteitsverbetering door samen te werken met een instelling voor hoger onderwijs.
     
  • Dilemmas of central governance and distributed autonomy in education
    (NSOB, 21 november 2018) Het Nederlandse onderwijssysteem staat bekend om de grote autonomie van onderwijsinstellingen en heeft te maken met een aantal typische sturingsproblemen. Omdat verantwoordelijkheden gedecentraliseerd belegd zijn, is de overheid in grote mate afhankelijk van de inzet van anderen om doelstellingen te bereiken. Dit brengt dilemma’s met zich mee. Dit paper biedt reflecties op dilemma’s van centrale sturing in het Nederlandse gedecentraliseerde onderwijssysteem en plaatst deze in internationaal vergelijkend perspectief.
     
  • Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren
    (Ministerie van OCW, 7 november 2018) In deze thema-analyse wordt de arbeidsmobiliteit van leraren tussen het po, vo en mbo in de periode 2013-2017 beschreven. Er is gekeken naar hoe vaak arbeidsmobiliteit van leraren tussen sectoren voorkomt, hoe zich dit over de tijd ontwikkeld en welke leraren mobiel zijn op basis van achtergrondkenmerken. Van de leraren po, vo en mbo vertrekt in de periode 2013-2017 jaarlijks maximaal 1% naar een van de andere onderwijssectoren. Gemiddeld gaat het bij het po en vo om ongeveer 500 personen en bij het mbo om ongeveer 300 personen. Binnen het vo verandert per jaar zo’n 3% van de leraren van bestuur, binnen het po 2% en binnen het mbo 1%.
     
  • Regionaal samenwerken is de moeite waard
    (VOION, 12 september 2018) Deze handreiking wil scholen handvatten bieden om de regionale samenwerking op personeelsgebied te versterken en samen oplossingen te vinden voor regionale arbeidsmarktvraagstukken. Zo worden verschillende vormen van samenwerking beschreven: van een gezamenlijke vacaturebank (licht) en hr servicepunt (gemiddeld) tot een regionaal mobiliteitscentrum (zwar). Voor elk van deze vormen wordt ingegaan op de kansen en mogelijkheden voor de (potentiële) medewerkers en organisatie, hoe de samenwerking met andere scholen (juridisch) kan worden ingericht en uitgebouwd, wat de financiële gevolgen zijn en welke belemmeringen er kunnen zijn.
     
  • Handreiking Samenwerkingsschool
    (PO Raad, VO Raad, vosabb, Verus, VBS, 1 juni 2018) Met de wetswijziging over de samenwerkingsschool worden de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te vormen vereenvoudigd. Een samenwerkingsschool blijft een school die uitsluitend tot stand kan komen door samenvoeging van één of meer openbare scholen met één of meer bijzondere scholen en waarin zowel openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Het continuïteitscriterium (een van de te fuseren scholen wordt met opheffing bedreigd) is versoepeld en de fusietoets is afgeschaft. Deze handreiking is geschreven voor het primair, voortgezet en (voorgezet) speciaal onderwijs.
     
  • Voortgangsrapportage leerlingendaling funderend onderwijs en mbo
    (Ministerie van OCW, 12 juni 2018) In deze voortgangsrapportage informeert het Ministerie van OCW de Tweede Kamer over het beleid ten aanzien van de daling van het aantal leerlingen en studenten in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. In het primair onderwijs lijkt de grootste leerlingendaling inmiddels achter de rug. De daling in het voortgezet onderwijs is vol aan de gang en gaat door tot ten minste 2030. Gemiddeld daalt het aantal leerlingen de komende vijftien jaar met 12 procent. Op dit moment heeft 61 procent van de besturen te maken met leerlingendaling, in 2019 is dat 82 procent. In het middelbaar beroepsonderwijs dalen op dit moment in sommige regio’s en in het groene onderwijs de studentenaantallen. In de komende jaren zal de studentendaling landelijk merkbaar worden.