Regie en strategie

Een school heeft tot doel het leren van leerlingen te faciliteren, door de condities te creëren die effectief leren mogelijk maken. Als schoolleider heb je daarbij een dubbele taak. Het is aan jezelf om de koers te bepalen en die uit te dragen (strategie). Daarnaast zorg je ervoor dat alle processen in de school soepel lopen en dienstbaar zijn aan die koers (regie). Dit thema gaat over het formuleren en uitdragen waar je met de school naartoe wilt.

  • (NIEUW) Education at a Glance
    OECD – 10 september 2019 - Dit jaarlijkse rapport beschrijft de structuur, financiën en prestaties van onderwijssystemen in alle OESO-landen, met aandacht voor  de output van onderwijsinstellingen, de impact van leren, de financiële middelen, het inkomen van leraren, de leeromgeving en de organisatie van scholen en toegang, participatie en doorstroom in het onderwijs. Het rapport biedt ruim 100 grafieken en tabellen met koppelingen naar achterliggende data. Schoolleiders verdienen in OESO-landen gemiddeld 25% meer dan hun leeftijdsgenoten met een vergelijkbaar diploma. In de meeste OESO-landen is het aandeel po en vo leerkrachten van 50-59-jaar groter dan het aandeel 25-34-jarigen, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over toekomstige tekorten. Gemiddeld is slechts 10% van de leraren in het po en vo jonger dan 30 jaar, in Nederland is dat 14%.  Nederlandse leraren hebben een zwaardere onderwijsbelasting en grotere klassen, maar verdienen ook gemiddeld meer dan in andere OESO-landen.
  • Teameffectiviteit in het onderwijs
    Tijdschrift voor HRM - 4 juli 2019 - Dit artikel presenLeestipteert de bevindingen van onderzoek naar onderwijsteams in po, vo en mbo, met als doel inzicht te geven in de effectiviteit van teams en in de factoren die deze effectiviteit mogelijk voorspellen. Hieruit blijkt dat als het teamfunctioneren positief beleefd wordt, leraren ook meer welbevinden ervaren in hun werk en ervan overtuigd zijn dat leerlingen baat hebben bij het teamgericht werken (onderzoeksvraag 1). Naast een directe positieve relatie tussen een gezamenlijke teamopdracht en teamfunctioneren (onderzoeks­vraag 2), is ook een indirecte relatie gevonden: de gezamenlijke teamopdracht is positief gerelateerd aan factoren als regelvermogen, teamoverleg en professioneel en sociaal teamgedrag, die op hun beurt positief samenhangen met het teamfunctioneren (onderzoeksvraag 3). Regelvermogen blijkt een van de belangrijkste succes-voorspellende factoren te zijn.
  • Van praktijkvraag naar onderzoeksvraag
    NRO - 5 juli 2019 - Voordat onderwijsonderzoek start is het belangrijk eerst boven tafel te krijgen wat het vraagstuk nu precies is: de onderzoeksvraag moet eerst goed worden gearticuleerd. Maar hoe gaat zo’n vraagarticulatieproces nu in zijn werk? Wat weten we over het vraagarticulatieproces? Wat gaan praktijk- en onderzoekpartners doen? Hoe krijgt de samenwerking vorm? En wat werkt hierbij goed? Met deze publicatie willen de Kennisrotonde en het NRO praktijkprofessionals en onderzoekers onderbouwde handvatten geven voor de samenwerking rond een vraagstuk in het onderwijs, waarvoor mogelijk onderzoek nodig is om het te helpen oplossen.
  • Monitor strategisch personeelsbeleid in het VO
    Universiteit Utrecht - 18 februari 2019) Dit rapport is een nulmeting in het kader van het Sectorakkoord VO (2018) over de versterking van het strategisch personeelsbeleid in het voortgezet onderwijs. Hieruit blijkt dat het personeelsbeleid ruim voldoende tot goed afgestemd wordt op externe ontwikkelingen, onderwijskundige schooldoelen en opbrengsten voor medewerkers. Het personeelsbeleid biedt ook ruim voldoende ondersteuning aan de professionele ontwikkeling van leraren en schoolleiders, behalve wat betreft de doorgroei naar een andere of hogere functie. Een aandachtspunt is de duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders, die onder druk staat. De meeste besturen rapporteren dat scholen beleidsmaatregelen hebben voor het omgaan met werkdruk/stress (74%), met ziekteverzuim (89%) en agressie en geweld (64%).
  • Van ambitie naar praktijk: Ontwikkeling strategisch personeelsbeleid in het VO
    (Regioplan - 18 februari 2019) Schoolleiders zouden expliciet bevraagd moeten worden op de concreet door hen ingezette activiteiten voor strategisch personeelsbeleid en voorbeelden van de uitwerking van hun visie, schrijft Regioplan. Op verzoek van het ministerie van OCW en de VO-raad hebben acht experts vanuit wetenschap en praktijk deelgenomen aan een expertmeeting om de kwantitatieve stand van zaken rond strategisch personeelsbeleid in het voortgezet onderwijs te onderzoeken. Deze rapportage is een verslag van de voornaamste bevindingen, waarbij de voortgang wordt geschetst van: 1) externe ontwikkelingen; 2) onderwijskundige schooldoelen en de resultaten daarvan; 3) opbrengsten voor medewerkers; 4) duurzame inzetbaarheid; 5) kwaliteit van de implementatie van het personeelsbeleid.
     
  • Employment Outlook 2019
    (OESO – 25 april 2019) Wat zijn de grote trends, beleidsveranderingen en vooruitzichten op de arbeidsmarkt in de ontwikkelde landen? Dit jaarlijk terugkerend rapport presenteert de nieuwste cijfers over veranderingen in baanzekerheid, werkgelegenheid en honorering van banen. Het bespreekt de beleidsimplicaties van nieuwe technologie, globalisering en vergrijzing voor de arbeidsmarkten. Het rapport bespreekt ook hoe regulering van de arbeidsmarkt kan worden gebruikt om baan- en werkzekerheid te vergroten en de onderhandelingsmacht tussen werkgevers en werknemers weer in evenwicht te brengen. Ook beschrijft het rapport hoe sociale dialoog kan worden ingezet om nieuwe uitdagingen op de arbeidsmarkt aan te pakken, door te kijken naar de rol van de overheid, sociale partners en nieuwe vormen van collectieve organisatie.
     
  • De Staat van het Onderwijs 2019
    (Inspectie van het Onderwijs - 10 april 2019) Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld nog op niveau. Maar de ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie, dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort verder te verdiepen. Om alle leerlingen een stevige basis mee te geven en te zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, zal de onderwijssector nu focus moeten aanbrengen en heldere keuzes moeten maken over gezamenlijke doelen en ijkpunten. Daarnaast moet het funderend onderwijs beter evalueren wat de effecten zijn van de vele experimenten en onderwijsvormen.
     
  • Regionale arbeidsmarktramingen voor leraren in het VO
    (CentERdata - 16 januari 2019) Deze 14 rapporten schetsen een beeld van de regionale arbeidsmarkt in de 14 regio’s. Het voortgezet onderwijs krijgt te maken met een dalende werkgelegenheid. Tussen 2019 en 2024 met naar verwachting zo’n 3 procent, vooral in de regio’s Friesland, Gelderland-Zuid en Limburg. Maar in Zuid-Holland-Zuid en Zuid-Holland-Noord zal de werkgelegenheid tussen 2019 en 2024 juist stijgen. Desondanks wordt in veel regio’s een tekort aan leraren verwacht. Landelijk wordt in 2024 een tekort verwacht van 1.058 fte, met de grootste absolute tekorten in de regio’s Noord-Holland, Zuid-Holland-Noord en Zuid-Holland-Zuid. Afgezet tegen de werkgelegenheid in de regio, zullen vooral in de stad Utrecht en in Zuid-Holland Centraal de grootste tekorten gevoeld worden.
     
  • Kennisagenda OCW 2019 - 2024
    (Ministerie van OCW - 21 maart 2019) In deze Kennisagenda voor 2019 – 2024 heeft OCW de strategische vragen op een rij gezet waar zij de komende jaren een antwoord op wil formuleren. Juist in de waan van de dag is het van belang om aandacht te geven aan de grotere strategische kennisvragen, waarvan kan worden vermoed dat ze straks actueel zullen zijn. De vragen zijn gericht op een termijn van circa 3 tot 5 jaar, in sommige gevallen 5 á 10 jaar. De Kennisagenda is rond de volgende vijf thema’s opgebouwd: 1) Stelsel & sturing. 2) Gelijke kansen en sociale cohesie. 3) Kwaliteit. 4) Digitalisering. 5) Internationale ontwikkelingen en internationalisering.
     
  • De Financiële Staat van het Onderwijs 2017
    (Inspectie van het Onderwijs, 3 december 2018) De Onderwijsinspectie houdt financieel toezicht op de bekostigde onderwijsinstellingen, op de kernterreinen continuïteit doelmatigheid en rechtmatigheid. De afgelopen jaren laten alle onderwijssectoren positieve resultaten zien. Hierdoor komen steeds minder instellingen onder verscherpt financieel toezicht te staan. Maar onderwijsbesturen moeten nog beter financieel plannen. Verder ziet de inspectie dat door de positieve financiële resultaten er steeds meer middelen aan de reserves worden toegevoegd. Zo heeft het basisonderwijs vorig jaar 114 miljoen euro niet uitgegeven maar opzijgelegd voor mindere jaren.
     
  • Education Policy Outlook 2018
    (OESO, 11 juni 2018) Het rapport analyseert in 43 onderwijsstelsels de ontwikkeling van de belangrijkste onderwijsprioriteiten en onderwijsbeleid. Het vergelijkt recente ontwikkelingen in het onderwijs (voornamelijk tussen 2015 en 2017) met het beleid tussen 2008 en 2014, aan de hand van ongeveer 200 beleidspunten, van voorschoolse opvang tot een leven lang leren. Het gaat over onderwerpen zoals het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs, het bevorderen van het schoolsucces voor alle studenten, het verminderen van de negatieve impact van sommige beleidslijnen en praktijken op systeemniveau en de ondersteuning van transities van onderwijs naar arbeidsmarkt.
     
  • Samen onderzoeken werkt!
    (NRO, PO-Raad, 20 juli 2018) Met deze publicatie wordt teruggekeken op twee jaar Werkplaatsen Onderwijsonderzoek in het primair onderwijs. Het laat zien wat de opbrengst is van twee jaar intensieve samenwerking tussen scholen, hogescholen en universiteiten. De conclusie is dat de leraren, schoolleiders, bestuurders, onderzoekers, lectoren en hoogleraren in Tilburg, Amsterdam en Utrecht succesvol samenwerkten. Uit het onderzoek blijkt dat deelnemende leraren hun kritisch vermogen als professional ontwikkelden en hun handelen veel vaker baseerden op onderzoeksbevindingen. Dit draagt direct bij aan de verbetering van de onderwijskwaliteit in de klas en op de school.
     
  • Overhead in het vo 2016-2017
    (Stichting Voortgezet Onderwijs Kennemerland, 24 mei 2018) De gemiddelde overhead van vo-instellingen bedroeg 20,1% in schooljaar 2016-2017, blijkt uit dit benchmarkonderzoek dat op initiatief van drie vo-besturen in 2017 is uitgevoerd. Schoolbesturen in het vo kunnen de uitkomsten van het onderzoek vergelijken met de cijfers van hun eigen organisatie en gebruiken om bewuste keuzes te maken over hoe zij zelf middelen inzetten. De gemiddelde overhead binnen vo-instellingen is in 2016 in vergelijking met 2013 gelijk gebleven, maar de bedragen zijn wel verschoven tussen de overhead-posten.
     
  • OECD Employment Outlook 2018
    (OESO, 4 juli 2018) In deze jaarlijkse publicatie worden de belangrijkste arbeidsmarkt-trends en vooruitzichten in de OESO-landen besproken. Hoofdstuk 1 presenteert de recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De loongroei blijft traag als gevolg van lage inflatie, zwakke productiviteitsgroei en ongunstige trends in laagbetaalde banen. Hoofdstuk 3 onderzoekt de rol van collectieve onderhandelingen voor de prestaties van de arbeidsmarkt. Systemen die de lonen in verschillende sectoren coördineren, worden gelinkt aan betere uitkomsten voor de werkgelegenheid, maar soms zijn aanpassingen op bedrijfsniveau of sectorniveau vereist om negatieve effecten op de productiviteit te voorkomen. Hoofdstuk 4 onderzoekt de rol van het beleid dat de overgang van werk naar werk vergemakkelijkt.
     
  • Work in the Digital Age. Challenges of the Fourth Industrial Revolution
    (Rowman & Littlefield International, 18 juni 2018) Dit boek werpt licht op de verschillende ervaringen van werken in het digitale tijdperk en wil een bijdrage leveren aan de hervormingsdiscussie rond de gevolgen van de vierde industriële revolutie. Op basis van internationale onderzoeken worden belangrijke beleidsuitdagingen beschreven die voortvloeien uit de transformatie van werk als gevolg van de introductie van digitale technologie op het werk. De auteurs adviseren dat een nieuwe inclusieve en progressieve hervormingsagenda moet worden ontwikkeld, niet alleen gericht op technologie. Het boek gaat ook over het hervormen van gevestigde organisaties en instellingen, het begrijpen van nieuwe opkomende spelers en het ondersteunen van ontevreden burgers bij het effect van deze veranderingen op hun leven.