Persoonlijk leiderschap

Persoonlijk leiderschap is het fundament van schoolleiderschap. Het bepaalt hoe je leiding geeft aan de organisatie en hoe je de overige professionaliseringsthema’s invult. Bij ieder aspect van het werk, zijn je eigen vaardigheden, kennis en persoonlijkheid de belangrijkste instrumenten. Deze publicaties gaan over persoonlijke vorming en ontwikkeling en hoe je die kunt inzetten bij het uitoefenen van je functie en het leiding geven aan anderen.

  • (NIEUW) In-, door- en uitstroom van schoolleiders
    Mooz, Ecorys - 24 april 2020 - Het onderwijs kampt niet alleen met een tekort aan leraren, ook schoolleiders zijn steeds lastiger te vinden. Dit onderzoek brengt de drijfveren van schoolleiders in het po in kaart. De belangrijkste reden om schoolleider te worden is het leidinggeven aan een team. Daarnaast spelen ook de inhoud van het werk, de mate van zelfstandigheid en de extra verantwoordelijkheden een rol. Maar voor zij-instromers is het maatschappelijk belang juist het belangrijkste motief. Kweekvijvertrajecten worden zeer positief beoordeeld, besturen zouden wel meer aandacht kunnen besteden aan het identificeren van talent, zowel in de eigen organisatie als daarbuiten.
  • (NIEUW) Professionaliseren over de grens
    Erasmus – 14 april 2020 - Deze publicatie beschrijft de impact van Erasmus+ projecten die specifiek zijn gericht op de professionalisering van onderwijsmedewerkers. Er is in het bijzonder gekeken naar de resultaten die dit oplevert voor het professioneel handelen van de onderwijsmedewerkers na terugkomst en de bredere impact daarvan op de organisatie en daarbuiten. In dit kwalitatieve onderzoek zijn een aantal concrete Erasmus+ projecten van vijf verschillende onderwijssectoren onder de loep genomen. In alle gevallen konden concrete duurzame resultaten worden genoemd op de personen, de organisaties en daarbuiten.
  • Wat drijft de mobiele leraar?
    APPO - 4 maart 2020 - De mobiliteit van leraren tussen het primair en voortgezet onderwijs is de afgelopen jaren fors toegenomen. Het aantal leraren dat de overstap maakte van het po naar het vo nam toe van 265 in 2013 tot 377 in 2017. Andersom was de toename nog groter: in 2013 maakten 92 leraren de overstap van het vo naar het po, in 2017 waren dat er 359. Onvrede over de inhoud van het werk was voor de helft van alle vertrekkende leraren een belangrijke pushfactor. Dat geldt ook voor onvrede over de ontwikkelmogelijkheden, de wijze waarop leiding wordt gegeven, de hoeveelheid werk en de aandacht van de organisatie voor het persoonlijk welzijn.
    Infographic Krachtig leraarschap
    LerarenOntwikkelFonds (LOF) - 6 januari 2020 - De leraar-onderzoekers van het LOF hebben sinds de start in 2016 jaarlijks onderzocht hoe het LOF bijdraagt aan de ontwikkeling van leraren. De uitkomsten van drie onderzoeken gedurende de schooljaren 2016/2017, 2017/2018 en 2018/2019 zijn nu samengevat in een infographic. Uit de onderzoeken blijkt dat leraren die samen een LOF-traject voor beter onderwijs uitvoeren, hun invloed op de ontwikkelcultuur in de school groter achten dan leraren die alleen een aanvraag doen. Academisch opgeleide leraren vinden vooral dat hun visie op het lerarenvak is vergroot.
  • De bril van de leraar
    Pieter Leenheer - 8 december 2019 - Macht mag in een democratische rechtsorde niet in één hand berusten, schreef Tjeenk Willink in Groter denken, kleiner doen (2019). Tegenmacht vergt een gemeenschappelijke opvatting over professionaliteit, wat het vak van bijvoorbeeld leraar inhoudt en welke taken daarbij horen. In dit 250 pagina’s tellende boek beschrijft Pieter Leenheer de moderne geschiedenis van het leraarschap en laat hij zien dat dit laatste zeker geldt voor de leraar voortgezet onderwijs. Er is geen sprake van een breed gedeelde beroepsidentiteit. Het boek eindigt met wat er nodig is om een sterke beroepsorganisatie te vormen.
     
  • Assistance or resistance? How co-workers experience and address teacher underperformance
    (Universiteit Antwerpen – 7 mei 2019) Uit promotieonderzoek van Loth Van Den Ouwenhanderaren blijkt dat leraren in Vlaanderen zich niet bepaald geroepen voelen om kritische feedback te geven aan collega’s in hun team. Hoewel leerkrachten de onderwijskwaliteit in hun school zeer belangrijk vinden, blijkt dat bijna 80% van de leraren zich niet geroepen voelen om onderpresteerders te confronteren of te ondersteunen, omdat ze menen dat het eerder ongepast is om als collega te reageren, of omdat ze denken dat hun reactie toch geen effect zou hebben. Er zijn een aantal zaken die scholen kunnen doen om reacties van collega’s te bevorderen. Zo zorgt meer intense samenwerking en dialoog tussen leraren en meer ‘samen lesgeven’ ervoor dat collega’s sneller gaan reageren. Bovendien is het belangrijk dat directies communiceren over het onderpresteren, dat ze benaderbaar zijn en een duidelijke visie uitdragen over wat zij van collega’s verwachten.
     
  • Kwalitatieve evaluatie Schoolleidersregister PO
    (Kwink groep – 24 april 2019) Wat vinden schoolleiders en bestuurders van het Schoolleidersregister PO? Wat doet het register goed en waar kan het nog beter? Uit deze evaluatie blijkt dat het register bijdraagt aan de kwaliteit en het aanzien van het beroep. Veel schoolleiders vinden de registratie nuttig, omdat daarmee zichtbaar wordt dat zij voldoen aan de beroepsstandaard. Toch is er ook kritiek van schoolleiders, met name op de toegevoegde waarde van het Schoolleidersregister PO aan de professionalisering van de individuele schoolleider.
     
  • Schoolleiders en schoolautonomie: ambities, drijfveren en verantwoording

    ("School Autonomy in Practice. School Intervention Decision-Making by Dutch Secondary School Leaders", Annemarie Neeleman, Universiteit Maastricht, 2019) In internationaal perspectief hebben Nederlandse scholen heel veel autonomie. Uit dit proefschrift blijkt dat schoolleiders in het voortgezet onderwijs schoolautonomie voornamelijk gebruiken voor interventies op het vlak van onderwijs en professionalisering. Hun interventiekeuzes zijn veelal gebaseerd op tacit knowledge, intuïtie en persoonlijke drijfveren. Onderzoeksgebruik is eerder uitzondering dan regel. Hun persoonlijke drijfveren zijn sterk verbonden met schoolvisies en getuigen van een waardegedreven, holistische en mensgerichte oriëntatie. Interventiekeuzes worden hoofdzakelijk gemotiveerd door pedagogische ambities of overwegingen die samenhangen met de gevolgen van vrije schoolkeuze. Het verhogen van cognitieve leeropbrengsten is geen wezenlijke drijfveer.

  • Teacher leadership. Hoe kan het leiderschap van leraren in scholen versterkt worden?
    (Hogeschool van Amsterdam (HvA), Hogeschool Utrecht (HU) - 26 januari 2019) Teacher leadership (TL) heeft het afgelopen decennium de belangstelling gewekt van het onderwijsveld. De verwachting is dat wanneer leraren leiderschap kunnen nemen, dit een positief effect heeft op hun werkmotivatie, professionele ontwikkeling en onderwijsverbetering. Het centrale vraagstuk in deze overzichtsstudie is: hoe kunnen we TL mogelijk maken en ondersteunen? Zo gaat het onderzoek onder andere in op de rol van het formele leiderschap in de school, mentale modellen over leiderschap, noodzakelijke individuele bekwaamheden van leraren en de mate van samenwerking in de school. Het onderzoek van lector Marco Snoek (HvA) concludeert dat er in literatuur, praktijk en ondersteuning vooral aandacht is voor individuele en formele vormen van (role based) TL, wat past bij huidige hiërarchische leiderschapsparadigma’s.
     
  • Monitor professionele ontwikkeling schoolleiders en bestuurders VO 2018
    (Kohnstamm, Oberon - 24 januari 2019) Schoolleiders in het voortgezet onderwijs vinden feedback en reflectie op het eigen functioneren belangrijk voor de eigen professionele ontwikkeling. Ook een lerende cultuur op de school motiveert de professionele ontwikkeling van schoolleiders, teamleden en bestuurders. Aandachtspunt is een goed inwerkprogramma voor startende schoolleiders. Daarnaast is het belangrijk dat schoolleiders vrij worden gelaten in het soort professionaliseringsactiviteit dat zij willen volgen en dat er afspraken zijn over het budget dat daarvoor beschikbaar is. Er is behoefte aan zowel korte als langdurende professionaliseringstrajecten.
     
  • Kabinetsreactie op advies Onderwijsraad 'Een krachtige rol voor schoolleiders'
    (Rijksoverheid, 21 november 2018) Schoolleiders spelen een belangrijke rol in het tot stand brengen van goed onderwijs. Het kabinet wil daarom investeren in schoolleiders. Dat schrijft het kabinet in deze beleidsreactie op een in april 2018 verschenen rapport van de Onderwijsraad 'Een sterke rol voor schoolleiders'. Het kabinet neemt veel van de adviezen van de Onderwijsraad over. De ministers werken deze ambitie uit in drie lijnen: er zijn (1) voldoende schoolleiders die (2) gekwalificeerd zijn en blijven voor hun belangrijke taak en (3) voldoende in positie zijn om die taak ook te kunnen uitvoeren.
     
  • Verkenning Leraren
    (Alexander Rinnooy Kan, 11 november 2018) Dit is een advies over de mogelijkheden van professionalisering en beroepsgroep-representatie onder leraren. De algemene constatering is dat leraren zich veel te weinig betrokken hebben gevoeld bij de aanpak tot dusver. Daarnaast is er onevenredig veel nadruk komen te liggen op het lerarenregister. Dat zou een sluitstuk hebben moeten zijn, maar werd door veel leraren eerder ervaren als een bedreiging dan als een steun in de rug voor de professie. Er was, kortom, gebrek aan draagvlak en eigenaarschap onder leraren. Brede betrokkenheid van de beroepsgroep zelf is bij elk denkbaar vervolg essentieel.
     
  • Loopbanen van leraren in het voortgezet onderwijs
    (Kohnstamm Instituut, 22 augustus 2018) Voor een gezonde onderwijsarbeidsmarkt is een aantrekkelijk carrièreperspectief voor leraren nodig. Dat vraagt om een visie van werkgevers en vakbonden én om concrete ideeën over loopbaanpaden voor leraren. In dit rapport doet het Kohnstamm verslag van twee deelstudies naar loopbaanmogelijkheden voor leraren in het vo. Deelstudie 1 is een inventarisatie naar de verschillende rollen die leraren vervullen in het vo naast hun lesgevende taken. Deelstudie 2 onderzocht in hoeverre loopbaanpaden in andere landen of andere sectoren ideeën kunnen opleveren. In beide deelstudies is ingegaan op zowel de verticale als de horizontale groeimogelijkheden in de lerarenloopbaan.
     
  • Onderwijs aan het werk – 2018
    (CAOP, 30 mei 2018) Schoolleiders geven niet alleen aan dat ze vooral leren door te doen. Ze geven ook aan dat ze een voorkeur hebben voor informeel leren. Ook vinden ze professionele netwerken en communities of practice geschikt om kennis te delen en te reflecteren. Dit is een van de conclusies die worden getrokken in de publicatie ‘Onderwijs aan het werk – 2018. Analyses, feiten en visies over werken in het onderwijs’. De bundel met bijdragen van vele deskundigen geeft een kritische reflectie van uiteenlopende onderwerpen op het terrein van de onderwijsarbeidsmarkt en dat op basis van zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek.
     
  • Rapportage Onderzoek Lerarentekort
    (DUO Onderwijs Onderzoek, 1 juli 2018) Het rapport voorspelt voor schooljaar 2018-2019 een tekort van 1.262 leerkrachten voor de vaste of tijdelijke formatie van leerkrachten en de vervanging van leerkrachten. Het (geschatte) tekort voor de vervanging van leerkrachten die met pensioen gaan komt uit op 133 leerkrachten. Schoolleiders geven aan dat zij: leerkrachten die parttime werken vragen om meer uren voor de klas te staan (71%), extra onderwijsassistenten gaan aannemen (59%) en LIO-stagiaires zullen gaan inzetten (45%).
     
  • Scholing stimuleren met kleine interventies
    (SEO Economisch Onderzoek, 3 april 2018) De ministeries van OCW en SZW willen door middel van nudges de scholingsbereid en deelname onder hun laag- en middelbaar opgeleide werknemers vergroten. Uit dit onderzoek blijkt dat nudgen niet leidt tot een positievere houding ten opzichte van scholing. De interventies hebben geen meetbaar effect gehad op de zelf gerapporteerde scholingsbereidheid en de deelname aan scholing. Wel lijkt het erop dat de interventies een impuls hebben gegeven aan de plannen van medewerkers om de komende tijd aan scholing deel te nemen.